Alle informatie over kosjer slachten in Nederland

14 december 2011

Opluchting over verloop debat wetsvoorstel onbedwelmd slachten
Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, de Joodse Gemeente Amsterdam en het Centraal Joods Overleg hebben met opluchting kennis genomen van de behandeling door de Eerste Kamer van het wetsvoorstel inzake het verbod op onbedwelmd slachten. De Eerste Kamer bevestigt dat het wetsvoorstel ingaat tegen de godsdienstvrijheid. Het debat is gevoerd over de essentie van de vraagstukken: de grondwettelijke godsdienstvrijheid, de houdbaarheid jegens het EVRM en de uitvoerbaarheid van de wet.

De Nederlandse Joodse gemeenschap zal nu een periode van onrust kunnen afsluiten. Deze onrust ontstond niet alleen bij Joden die uitsluitend kosjer geslacht vlees consumeren, maar ook bij andere leden van de Joodse gemeenschap die zich in hun identiteit aangetast voelden, omdat het Joods religieuze slachten een intrinsiek onderdeel uitmaakt van de Joodse levensweg.
Vrijheid van godsdienst is een groot goed, een eeuwenoude verworvenheid van de Nederlandse samenleving. De Eerste Kamer heeft dit onderkend en voorkomen dat een wetsvoorstel dat hier inbreuk op maakt wet zou worden. Wij zijn daarbij verheugd dat de Eerste Kamer daarbij ook de onuitvoerbaarheid van het wetsvoorstel in zijn overwegingen heeft betrokken en het belang van reële wettelijke waarborgen heeft onderkend.

Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, dat verantwoordelijk is voor de kosjere slacht, zal zich blijven inzetten om deze ongestoord, zorgvuldig en met oog voor dierenwelzijn uit te voeren, en ziet de samenwerking met de Minister om binnen de grenzen van de religieuze praktijk te zoeken naar verbetering van het dierenwelzijn vol vertrouwen tegemoet.
Ronnie Eisenmann (voorzitter Joodse Gemeente Amsterdam): “Wij delen de zorg voor dierenwelzijn, en in die zin hebben wij respect voor de inzet van Mevrouw Thieme. Onze uitnodiging aan haar om te praten over de mogelijkheden blijft dan ook bestaan. Een categorische afwijzing van de Joodse rituele slacht is echter in tegenspraak met de vrijheid van godsdienst, zoals zij ook zelf erkent. Wij zijn dan ook opgelucht dat de Eerste Kamer met ons wil kijken naar verbetering van dierenwelzijn, maar de wet Thieme niet zal steunen”.
28 juni 2011

Joodse organisaties teleurgesteld na aannemen wetsvoorstel onbedwelmd slachten (English version press release)
Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, de Joodse Gemeente Amsterdam en het Centraal Joods Overleg hebben met teleurstelling en verdriet kennis genomen van het aannemen door de Tweede Kamer van het geamendeerde wetsvoorstel inzake het onbedwelmd slachten.

Met het kabinet zijn wij van mening dat het initiële wetsvoorstel, wat betreft de godsdienstvrijheid tegen de Grondwettelijke vrijheid ingaat. Het geamendeerde wetsvoorstel gaat uit van een totaalverbod en is daarom voor de Joodse gemeenschap onacceptabel; het is een inbreuk op de grondwettelijke vrijheid van godsdienst.

Of en in hoeverre de uitzonderingsbepaling die aan strikte eisen wordt verbonden, in de praktijk een reële mogelijkheid biedt om kosjer te blijven slachten, is op dit moment niet te zeggen en zal in grote mate afhangen van de regels die door de bewindspersoon Landbouw bij AMVB zullen worden vastgesteld.

Dat de toestemming verleend wordt uitsluitend op basis van vergelijking van een welzijnstoets, miskent de grondwettelijke vrijheid van religie.
Wij zullen het vervolg van de procedure nauwlettend blijven volgen, en bieden onverminderd aan om met bewindspersoon en volksvertegenwoordigers, in overleg te treden teneinde binnen de kaders van religie, uitvoerbaarheid en dierenwelzijn, de 400 jaar bestaande joodse slachttraditie voort te zetten.

27 juni 2011
Kamerleden laten het afweten bij bezoek aan kosjere slacht
Het was vanmorgen niet dringen aan de poort van het slachthuis Amsterdam. Vrijwel alle uitgenodigde kamerleden lieten het afweten. Esmé Wiegman stond er wel.
“Ik heb het nu met eigen ogen gezien. De kosjere slacht gebeurt zorgvuldig, snel en professioneel”, constateert Wiegman, lid van de Tweede Kamer voor de ChristenUnie. Zij reageerde als één van de weinige kamerleden op de uitnodiging van de Joodse Gemeente Amsterdam om de kosjere slacht – de sjechieta – te komen bekijken op het abattoir in Amsterdam.

Tijdens het bezoek aan het slachthuis maandagochtend, gaf de enige in Nederland werkzame kosjere slachter een toelichting op de achtergrond van de Joodse wet- en regelgeving op het gebied van de sjechieta. “Ik ben onder de indruk van zijn opleiding en ervaring en van de professionaliteit waarmee hij zijn vak uitoefent,” aldus Wiegman. “Als collega’s uit de Tweede Kamer dit net als ik met hun eigen ogen hadden gezien dan zouden ze zich niet zo tegen de kosjere slacht verzetten. Het is een humane praktijk, met respect voor het dierenwelzijn.”

Ronnie Eisenmann, voorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam: “Het is spijtig dat die kamerleden die het verbod op ritueel slachten steunen, niet op de uitnodiging zijn ingegaan. Terwijl ze daar zelf nota bene op hebben aangedrongen,” Hij doelde op de opmerkingen van kamerleden tijdens het rondetafelgesprak van 16 juni, waar de Commissie ELI aandrong op het openstellen van het slachthuis voor een bezoek. “Behalve ChristenUnie, het CDA en de SGP, bleek uiteindelijk geen van de partijen die belangstelling ook daadwerkelijk te willen tonen. Mevrouw Wiegman was er gelukkig wel en heeft zich laten overtuigen van de zorgvuldige wijze waarop de kosjere slacht in Amsterdam plaatsvindt”, aldus Eisenmann.

23 juni 2011
Kamer had geen academisch rapport in handen
Donderdag 23 juni is voor de Rechtbank Arnhem gebleken dat de Tweede Kamer zich bij het Ritueel slachten dossier heeft gebaseerd op onderzoeken die niet zijn vervaardigd door de Wageningen Universiteit, zoals is gesteld, maar door een geprivatiseerd rijksinstituut. De belangrijkste opsteller van het rapport is geen werknemer van de universiteit maar van een stichting. De rechter sprak van een ‘een puzzel van rechtspersonen’ en ‘een paraplu van organisaties’.
Inzet van het Kort Geding dat door het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap en de Joodse Gemeente Amsterdam was aangespannen tegen vier rechtspersonen rond Wageningen Universiteit, de KNMvD en de Staat, was om duidelijkheid te krijgen over twee rapporten die in 2008 door de minister van Landbouw en in 2010 door de Staatssecretaris van Landbouw aan de Tweede Kamer zijn gestuurd.
De weigering om vragen te beantwoorden heeft argwaan gewekt ten aanzien van het academische gehalte, de financiers van de onderzoeken, de herkomst van de rapporten en in hoeverre de rapporten op onafhankelijke wijze tot stand zijn gekomen.
Ter zitting verklaarde de auteur van de twee rapporten dat één van de twee rapporten (rapport 398 uit 2010) slechts een pilot betrof. Hij verklaarde er bij het ministerie er op te hebben aangedrongen dat vervolgonderzoek nodig was. Het Ministerie vond dat niet nodig, aldus de auteur.
Ter zitting verklaarde de auteur ook dat dit rapport een strategisch gericht onderzoek is om iets te veranderen. Hij benadrukte dat dit geen zuiver academisch onderzoek is.
Ook bleek dat de onderzoeksopdracht die het ministerie had gegeven en die ook als zodanig in het rapport vermeld staat, niet de uiteindelijke opdracht is geweest die tot het onderzoek heeft geleid. De opdracht zou, al hoewel dat uit het rapport niet blijkt, uiteindelijk betrekking hebben gehad op de wijze van fixeren van slachtdieren.
Desgevraagd of de slachtmethode in rapport 398 de islamitische ritus betrof, zei de advocaat van Wageningen en Stichting DLO dat zulks niet het geval is geweest. Welke slachtmethode wel is toegepast bleef onbeantwoord. In Nederland is er maar 1 slachter voor de Israëlietische methode, die heeft het experiment niet uitgevoerd.

Samenvattend:
• De rapporten zijn niet door de universiteit van Wageningen uitgevoerd maar door een stichting.
• De onderzoeken zijn niet uitgevoerd door een medewerker van de Universiteit Wageningen
• Er is geen sprake van zuiver academisch onderzoek
• Er is geen slachtmethode onderzocht die volgens een religieuze rite werd uitgevoerd
• Er is door de Staatssecretaris geen melding gemaakt van bovenstaande zaken
• De rapporten 161en 398 zijn als wetenschappelijke onderlegger gebruikt bij de behandeling en beargumentering van het wetsvoorstel van Thieme om onbedwelmd slachten te verbieden. Gelet op bovenstaande, kan de wetenschappelijke waarde er van betwijfeld worden.

De rechter doet over twee weken uitspraak.

22 juni 2011
NIK ontstemd over Kosjer slachten amendement Paars plus
Het Nederlands-Israelitisch Kerkgenootschap en de Joodse Gemeente Amsterdam hebben met grote ongerustheid kennis genomen van het amendement van vier partijen om de wet tegen onverdoofd ritueel slachten aan te passen. Het gewijzigde voorstel houdt in dat de gemeenschappen die onverdoofd ritueel slachten de gelegenheid krijgen om aan te tonen dat er geen extra dierenleed wordt veroorzaakt ten opzichte van de industriële slacht.
Het NIK en de NIHS spraken zich al uit tegen het wetsvoorstel, maar nu ook tegen dit amendement. Om te beginnen doet het voorstel niets tegen de al door de Raad van State geconstateerde beperking van de Godsdienstvrijheid. Ten tweede is door Prof. Dr. Joe Regenstein aangetoond dat “lijden” niet gemeten of gekwantificeerd kan worden. Ten derde is er sprake van omgekeerde bewijslast.
Niet de slachtmethoden, maar de omstandigheden bij het slachthuis zijn bepalend voor dierenwelzijn. Het NIK en de NIHS hebben telkenmale aangegeven te willen praten over het verbeteren van die omstandigheden.
Ronnie Eisenmann (voorzitter NIHS): “Iedereen is het ermee eens dat de koshere slacht bij kippen diervriendelijker is dan de industriële slacht. Betekent dit dat de 300 miljoen kippen die nu jaarlijks geslacht worden, alleen kosher geslacht zullen worden? Ook dit amendement voorstel is discriminatoir en onuitvoerbaar. Het is een breuk met het verleden.”


14 juni 2011
TNO plaatst kanttekeningen bij rapporten over religieus slachten
In opdracht van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft onderzoeksorganisatie TNO drie wetenschappelijke rapporten beoordeeld die een rol spelen in het huidige politieke debat over de toelaatbaarheid van onbedwelmd slachten.
Het wetsvoorstel-Thieme wordt door belanghebbenden (de Joodse en Moslimgemeenschap) maar ook door niet-religieuze voorstanders van godsdienstvrijheid bestreden.
Indienster baseert haar standpunt op het feit ‘dat wetenschappelijk onomstotelijk is vastgesteld dat religieus slachten door de halssnede ernstig leed aan slachtdieren zou toebrengen’.
Om deze bewering onafhankelijk te toetsen heeft TNO drie frequent door Thieme aangehaalde rapporten inhoudelijk kritisch beoordeeld. Er is geen eigen experimenteel onderzoek verricht en de in de rapporten aangehaalde literatuur is niet beoordeeld. TNO geeft ook geen eigen standpunt over religieus slachten.
TNO maakt kritische kanttekeningen  bij een literatuuronderzoek (Rapport 161) verricht door de Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) in 2008.
Er worden slechts 67 artikelen aangehaald en er wordt niet aangegeven hoe deze literatuur is geselecteerd. Een deel van de conclusies is niet gebaseerd op feiten maar op veronderstellingen, niet uit te sluiten mogelijkheden en antropomorfe [geheel vanuit de mens geziene] interpretatie bij de religieuze slacht door de halssnede. Een voorbeeld uit het WUR-rapport: ‘Tijdens het verbloeden kan bloed in de luchtpijp en longen terechtkomen. Dieren die nog bij bewustzijn zijn moeten dat als ernstig ongerief ervaren. Het voelt aan als stikken’. Maar volgens de aangehaalde literatuur zijn slechts ‘sporen van bloed ‘ in de luchtwegen aangetroffen, waarvan niet aangetoond is dat die daar tijdens het bewustzijn zijn terechtgekomen. De eventuele ervaring van het dier ‘het voelt aan als stikken’ is een antropomorfe interpretatie zonder grond.
Rapport 161 stelt ‘dat uit de literatuur blijkt dat onbedwelmd ritueel slachten nadeliger is voor het welzijn van het dier dan slachten na bedwelming’.  TNO stelt dat de aangehaalde literatuur  niet eensluidend is over de aantasting van het welzijn.
Overigens stelt het rapport 161 wél dat mechanische bedwelming bij gangbaar (d.w.z. niet-religieus) slachten in tot 10% van de gevallen niet effectief is. Hierover zijn geen gegevens voor de Nederlandse situatie voorhanden.
De conclusie van TNO is dat door deze tekortkomingen de hardheid van de conclusies en daarmee de wetenschappelijke waarde van Rapport 161 beperkt zijn.